In Gassel doen we het zelf

Persbericht De Maas Driehoek 6 oktober 2015

Leefbaarheid is de afgelopen jaren een ‘big issue’ geworden. Temeer omdat in veel kleine kernen het voorzieningenniveau achteruit holt. In Gassel niet. En dat vond zelfs Koning Willem-Alexander de reden van een bezoek aan het Graafse kerkdorp waard. “Hij noemde ons een voorbeeld voor veel kleine kernen.”

Cor van Boekel en Jan Schraven gaan voor over het Julianaplein in Gassel. Cor wijst trots naar de bloembakken in de lantaarnpalen. “In Grave staan er bloembakken voor weet ik wel niet hoeveel, terwijl wij het voor elkaar gebokst hebben door zelfwerkzaamheid en steun van het Doe-budget van de provincie.” Het is in een notendop wat Ût Turp in Gassel zo’n succes maakt. “Want alles wat we hier in Gassel hebben gerealiseerd, wordt gesteund en is gerealiseerd dankzij de Gasselnaren die belangrijk vinden dat het dorp een winkel, snackbar of sporthal heeft.”
Zowel Jan als Cor is bestuurslid van de Stichting Dorpsbelangen Gassel en Stichting Dorpsservicewinkel Gassel, dat samen met Mooiland ‘Ût Turp’ heeft bedacht en opgezet. ‘Ût Turp’ is de naam voor het dorpsservicepunt aan het Julianaplein dat een bakkerij en slagerij huisvest, maar ook een snackbar, bibliotheek, kapsalon, pedicure, fysiotherapeut en een bloedprikpost. Jan: “Daar maken de ene week zes en de andere keer achttien personen gebruik van. Het betreft veelal ouderen, die hierdoor niet naar Grave hoeven. Zoals ze voor hun brood en vleeswaren ook niet het dorp uit hoeven.”
Nut en noodzaak zijn ze in Gassel niet vreemd. Al in de jaren zeventig kon Gassel, dankzij de steun van vele vrijwilligers en de financiële inbreng van dorpsbewoners een eigen gemeenschapshuis realiseren. “Er woonden in Gassel toen zo’n 160 gezinnen die ieder honderd gulden inbrachten, waardoor de boel voorgefinancierd kon worden”, lacht Cor. “Dat was begin jaren ’90 anders. Toen is de ‘bruidsschat’ van de oude gemeente Beers (waar Gassel toen onder viel, red.) opgemaakt aan de realisatie van De Viersprong, inclusief sporthal. Ieder dorp mocht toen zijn eigen wens kenbaar maken.”

‘Alles is van Gasselnaren’
Hoe slaagt Gassel, met 1.196 inwoners (‘en nog twee op komst’), er in om dergelijke voorzieningen overeind te houden? Die vraag is Jan niet onbekend. “In 2008 is de Stichting Dorpsservicewinkel opgericht. Het gebouw is van Mooiland, dat het als ruwbouw heeft overgedragen aan het dorp. Dankzij meer dan drieduizend vrijwilligersuren is het gebouw zoals het nu is.”
Cor verduidelijkt: “De winkelinrichting, het meubilair van de kapsalon, de inventaris van de cafetaria, de stoelen op het terras, noem het maar op, het is allemaal van de stichting. Dit alles is van Gasselnaren en door mensen uit het dorp gerealiseerd. De fysiotherapeut, kapsters en de nieuwe uitbaters van de snackbar hoefden er bij wijze van spreken alleen maar in te trekken.”

Ook de koning is enthousiast
Die zelfredzaamheid was ook koning Willem-Alexander niet ontgaan. Namens het Oranje Fonds kreeg de Stichting Dorpsservicewinkel Gassel eerder al een flinke subsidie van 40.000 euro en op 10 september jl. bracht de Koning zelf een bezoek aan het dorp. “Hij wilde graag met eigen ogen zien hoe wij deze dorpsvoorziening overeind weten te houden”, blikt Jan terug op het bezoek. “Hij was heel enthousiast en gaf aan dat Ût Turp een voorbeeld is voor heel veel kleine kernen. Hoe uniek het eigenlijk is, beginnen we ons nu zelf pas te beseffen. En andere dorpsraden, die vragen of ze hier een kijkje kunnen komen nemen.”

Toekomst
Maar een dorpsvoorziening zoals in Gassel overeind houden, is zeker niet gemakkelijk. Cor erkent dat het dorpsservicepunt zo sterk is als haar zwakste schakel. “Want valt er een voorziening weg, dan heeft dat automatisch gevolgen voor de rest. Dat geldt helemaal voor de bibliotheek. Als die dichtgaat, gaat de hele Ût Turp dicht!” Het is ook de reden dat Jan en Cor de publiciteit blijven opzoeken en graag lokale politici rondleiden. “In wethouder Anja Henisch (Lokale Partij Grave) hebben we een soort van beschermvrouwe, maar de raadsleden van LPG, bijvoorbeeld, hadden dan weer geen flauw idee van wat we hier doen. Het is een opeenstapeling van kleine dingetjes die ervoor zorgen dat mensen niet naar Beers, Grave of Cuijk hoeven. Maar de voorzieningen staan onder druk, mede vanwege bezuinigingen. Dit alles wordt gedaan met minimale middelen en een heleboel vrijwilligers! Mensen moet niet vergeten dat als Ût Turp er niet zou zijn, er helemaal niets meer is in Gassel!”
Jan geeft aan dat de vele subsidies die ‘Gassel’ door de jaren heen heeft gekregen mogelijk een vals beeld qua financiën hebben opgeleverd. “Want we doen alles op projectbasis. Waar we de subsidie voor aanvragen, wordt ook uitgevoerd: de bloembakken, het terras bij de cafetaria of de sfeerverlichting met kerst in de straten… Daar houden we geen dubbeltje aan over. Helaas, want we moeten wel gaan beginnen met sparen voor latere afschrijvingen.”
Cor vertelt tot slot dat de Stichting Dorpsservicewinkel in vergaande gesprekken is met de Stichting Pluryn voor de realisatie van een dorpswinkel. “Een levensmiddelenwinkel, zeg maar een kleine supermarkt. De ruimte is al ingericht en de kassa en winkelwagentjes hebben we al. In Groesbeek heeft Pluryn al zo’n winkel. Het personeel bestaat deels voor mensen met een afstand naar de arbeidsmarkt en de nodige streekproducten in het assortiment. En wij willen dat samen met het dorp Beers doen, zodat het makkelijker te realiseren is. Het zou fijn zijn als Gassel weer een winkel krijgt die de hele dag door open is.”
Meer informatie via http://www.gasselcentraal.nl.